Mooi weer zeilers

3 augustus 2009
34°26.73 S – 57°43.68 W, Arroyo Riachuelo
“Twenty six days it took me to get from Rio to Uruguay,” vertelt Ian. We ontmoeten elkaar na maanden weer op de steiger van La Paloma, de eerste haven van Uruguay. “I’m still recovering,” verzucht hij. Meewarig kijken we de Britse solozeiler aan. Rechtstreeks? Waar wij kusthoppend zoveel mogelijk slecht weer vermeden, heeft Ian in 26 dagen een kleine 900 mijl overbrugd. “Waarom zou je?”, vraag ik me af…
Drie van de depressies die hier regelmatig langskomen, heeft hij over zich heengekregen. Daardoor is hij ver de oceaan opgestoken, heeft veel bijgelegen, schade opgelopen…een echt stoer zeilverhaal. Ik moet er niet aan denken. Als ik de keus heb, lig ik met zwaar weer op komst liever in een haven. Niet zo heel raar zou je zeggen, maar zo uitzonderlijk is Ian’s relaas niet. Onze boordbibliotheek staat vol met verhalen van lange zeiltochten langs deze kust. Lang genoeg om vrijwel zeker tegen een zuidwester te moeten opboksen. “Ik vrees dat wij toch echt watjes zijn,” beken ik tegen Bram. “Al die echte zeilers varen wel lekker door zo.” “Kan me niet schelen,” is zijn reactie.”Liever te langzaam dan bikkelen en schade oplopen.”
Drie weken hadden we in Rio Grande liggen wachten op fatsoenlijke wind. Uiteindelijk kwam er een klein gaatje Noordwestenwind, hoog aan de wind naar Uruguay. “Beter wordt het niet, dan maar motorzeilen desnoods.” We kruipen dicht onder de hogerwal om zo min mogelijk golven en stroming tegen te hebben. Zolang het kan, zeilen we. Een beetje hakken is tenslotte goed voor de karaktervorming. Maar zakt de koers of snelheid te diep, zetten we zonder schaamte de motor bij. “Ja, ik ga hier niet liggen beuken totdat die zuidwester over ons heen komt,” zegt Bram. “En ik wil ook gewoon bij daglicht aankomen, vandaag nog.” Zijn wij te lui of gemakszuchtig? Modern? Kijken wij te gespannen naar de ETA? Ik pieker er niet over om een ongemakkelijke tocht langer dan nodig te maken.
Na vijf maanden staat het Braziliaanse gastenlandvlaggetje eindelijk zijn plek af aan een nieuw stukje ingekleurd katoen. Zonder wind motoren we vanaf La Paloma langs de Uruguayaanse kust, net voordat de wind weer begint te loeien. In Piriapolis, een haven vol klussende vertrekkers en brullende zeeleeuwen bekijken we het weerbericht. Er staat een zeldzame oostenwind op het menu, perfect om de laatste grote etappe over de Rio de la Plata richting onze overwinterplek te varen. “Daar moeten we gebruik van maken, we zouden eindelijk echt kunnen zeilen!” De mutsen gaan op, de touwen los en al snel duwt de wind Duende vrolijk voort. Echt mooi weer zeilen.
Dan verdwijnt met de zon ook de wind, dodelijk voor onze geplande aankomsttijd bij de ondiepe rivier waar we naar toe willen. We moeten weer de motor aanzetten om voor daglicht aan te komen. Maar motorzeilen heeft ook zo zijn voordelen. We douchen met water wat de motor heerlijk heeft verwarmd. Ik lees een boekje bij de warme kachel en goochel uitgebreid met potten en pannen. Het is zo rustig om ons heen dat ik zelfs op de computer een serietje kijk tijdens mijn nachtwacht. Ook al not-done voor De Echte Zeiler natuurlijk, maar ik blijf er fijn wakker bij tussen het uitkijken door. De volgende ochtend is er net wind genoeg om de motor weer uit te zetten en zeilend bij de smalle riviermonding uit te komen. “Dat was toch een lekker tochtje?” zegt Bram als we vastliggen. Ik lach. “Ja, zeilen is heerlijk, als het maar mooi weer is!”





