Column Duende: Back to basics
Ze zijn van een uitstervende soort. Ze doen het niet uit purisme of voor het record. Ben en Anna hebben gewoon geen motor in hun 28-voets vertrekkersboot. Twee lange roeispanen zijn hun enige hulpmiddel als er geen wind is. Uitzonderlijk. Vooral met een tocht door de Chileense kanalen voor de boeg.
Tweeënvijftig dagen zaten ze vanaf Panama op zee. “Dat had sneller gekund, als we hadden geweten waar het Hoog lag.” Niet alleen varen ze zonder motor, ze kunnen ook geen weerberichten opvragen. Dagen, wekenlang dobberen door de windstiltes bij de evenaar. Willoos heen en weer gezet worden door stroming. Kruisend achteruit gaan. Ik zou gillend overboord springen. Maar hoe jong ze ook zijn, het koppel uit San Francisco is de rust zelve. Ze intrigeren me mateloos.
“Ik vind het gewoon interessanter,” antwoordt Ben in een poging me uit te leggen waarom hij een goed functionerende scheepsdiesel uit zijn boot haalde voor vertrek. “Zeilen op groot water is vrij saai, dat kan iedereen. Het wordt pas leuk als je echt moet manoevreren.” Lokale zeilers hadden al hun overredingskracht nodig om ze te een sleepje te geven de rivier op naar Valdivia. Maar zodra ze het lastigste stuk voorbij waren, gooiden ze weer los om het meeste toch maar zelf te zeilen. Daarbij heeft Ben gemerkt dat zijn langkielertje beter zeilt zonder schroef en schroefraam in het roer. Van het nut van een buitenboordmotor voor noodgevallen is hij ook niet te overtuigen. “We zeilen beter.”
We worden uitgenodigd voor hun Porta Potti Party. Op de plek waar vroeger de motor stond, hebben ze nu een vaste plek gecreëerd voor het chemisch toiletje. Daarvoor moest wel de halve kuip worden opgeofferd, maar, “daar zitten we toch nooit.” De giek van hun ferrocementen notendopje is zo laag dat het geimproviseerde buiskapje omhooggehouden wordt door flexibele brandslang, die meeveert bij overstag gaan. Een zeereling hebben ze niet. Wel hangt er een imponerende windvaan aan de spiegel en zijn ze in het bezit van vier ankers en twee EPIRBs. “We houden er rekening mee dat we de boot misschien wel verliezen in het Zuiden,” zeggen ze laconiek.
Anna bakt tortillas op de enorme houtkachel die het interieur domineert. Als we onze ellebogen in bedwang houden, zijn er nog een paar vierkante centimeter over om met zijn vieren te zitten. Hun bed is de helft van het onze. Met haar lichte interieur, warme douche, koelkast, kuiptent en twee meter lange banken lijkt onze 34 voeter opeens waanzinnig luxe. “Ik voel hetzelfde over onze boot,” lacht Ben. “Maar op een kleine boot als deze vind ik dat er gewoon geen plek is voor een motor inclusief installatie en dieseltanks. En het scheelt ook nog veel tijd en geld voor onderhoud wat we nu niet meer hebben.”
Ergens begrijp ik hem wel. Maar ergens ook niet. Patagonië is mooi maar meedogenloos. Dagenlang dobberen in het zicht van de ankerbaai is hier een stuk gevaarlijker. Zijn ze naïef of stoer? Romantisch of middeleeuws? Wie bepaalt wat verantwoord is of niet? Alle soorten en maten boten trekken tegenwoordig door onherbergzame gebieden. Loopt de plastic lichtgewicht met bejaarde bemanning dan minder risico? Daarnaast zijn heel wat dromers die door alle beren op de weg het bos niet meer zien. Dit jonge stel doet het gewoon maar met hun eenvoudige leefstijl, houtvoorraad en roeispanen. Ik besluit dat ze eerder mijn respect verdienen dan een waarschuwend vingertje.
10 mei 2012
39°49.44 S – 73°15.07 W, Valdivia
http://www.sy-duende.com/





